|
Enkele oude Baarlose boerderijen
Waarschijnlijk liggen enkele van de oudste Baarlose boerderijen op plaatsen van een oudere agrarische bebouwing.
Voor de meest gunstige ligging van een boerderij speelde beschutting, bodemgesteldheid en verhang in beken een
belangrijke rol. Waar meerdere boerderijen dicht bijelkaar stonden kon een nederzetting
ontstaan en uiteindelijk een dorp. Omdat hooiland aanvankelijk een hogere waarde kende dan grasland stonden de
oudste boerderijen op de hoger gelegen Peelhorst. Ze lagen hier bovendien buiten het overstromingsgebied van de Maas.
Enkele mooie voorbeelden zijn de Boekenderhof, Scheres, hof Soeterbeek, de Kieën, de Schafelt en de Koesdonk. Ook in de Bong
en op Soeterbeek was sprake van een agrarische bebouwing. De boerderijen met een gemengd landbouwbedrijf lagen
voornamelijk op de grens van de graslanden en het hoger gelegen bouwland. Vee, mest en oogst hoefden op deze gunstige
plaats maar op korte afstand te worden verplaatst. Voorbeelden hiervan zijn de Hofacker, Hummeray, Hogendries en de
niet meer bestaande oude hoeven Hoverhof en Stockmans.
De Boekenderhof
De Boekenderhof ligt in een oud ontginningsgebied ten westen van het dorp. De naam Bucholt verwijst naar
beukenhout dat hier rijkelijk voorhanden moet zijn geweest.
De met een gracht omgeven hoeve was vóór 1397 een Gelders leen
en bezit van de heren van Kessel. In 1397 was het in het bezit van Wilhelm van Swalmen. Deze stichtte in 1376
het Kartuizerklooster te Roermond en schonk aan haar op Sent Anthonisavont abbatis
1397 deze Hoff den Buchholt mitt timmeringen, mit artlande, mit beenden, bossche, bruecken,
heyden ende weyden en met alle toebehoren. Willem van Kirchhoff, Hencken Bake en Peter Martyns soon, schepenen
van Baarlo, traden op als getuigen.
De oorkonde sloot af met de mededeling uitgegaen verkontenis gedaen in
der kircken tot Baerlo ses weken ende drije daghe opden koupe des vursz. Haef also alst gebot steyt ons heren
van den lande ende gewoente is des lants. Aan de hoeve was een tiendverplichting verbonden voor het onderhoud
van het dak en de zijschepen van de Baarlose kerk. De hoeve werd door de Kartuizers verpacht. Tijdens de
Tweede Wereldoorlog is de Boekenderhof in brand gestoken en verwoest.
Scheres
Op de plaats van het 19e eeuwse kasteel Scheres stond oorspronkelijk een grote hoeve die bewoond werd door de familie
Scheres. De hoeve moet er al in de 15 eeuw hebben gestaan en bestond uit een huis met vijf benedenkamers, een ruime
kookkeuken, een schuur en vijftien morgen landbouwgrond. In 1678 werd ze bewoond door de familie Van der Keelen.
Ze onderging in die periode een algehele verbouwing. In 1766 werd ze verkocht aan de familie d'Olne die de hoeve
aan het begin van de 19e eeuw verbouwde tot kasteel.
De Kieën
Hendrik graaf van Kessel schonk in 1229 de Monackijerhof (Kieën) aan het klooster Mariënweerd. De hof maakte daarna deel uit van de
proostdij van Kessel. In de 18e eeuw werd ook wel gesproken van de Kimerhof of Kyen. Qua opzet kan ze vergeleken worden
met de hoeve Hofacker. Ze omvatte twee gebouwen waarvan één woongedeelte en een schuur. In de 19e eeuw werd
de proostdij opgeheven. De Kiërhof kwam vervolgens in het bezit van de parochies Baarlo en Kessel. In 1877 werd ze verkocht
in verband met de financiering van de bouw van twee nieuwe parochiekerken te Baarlo en Kessel.

De Koesdonk
Boerderij de Koesdonk (Kovesdonck) die al in 1219 wordt genoemd vormde tezamen met kasteel de Berckt een leengoed. De naam is afgeleid van de woorden koe en donck.
Een donk is een zandige verhoging in een drassig gebied. De bewoners van de Berckt waren eigenaar van de hoeve en gaven ze
in pacht. Oorspronkelijk was deze boerderij omgeven door een gracht. Omgrachtingen hadden een meervoudige functie.
Waarschijnlijk had de gracht niet zo zeer een verdedigende functie maar gaf deze aan de hoeve een zekere status en
uitstraling. De gracht werd naderhand gedempt. De huidige boederij dateert uit het midden
van de 19e eeuw.
De Hofacker
De Hofacker werd reeds in 1369 vermeld. Aan het einde van de 14e eeuw was de hof een leen van Otto van Vrijthof, graaf van Gelder en later heer van Baarlo.
In de eeuwen daarna raakte het leengoed verdeeld. In de 19e eeuw kwam het in eigendom van de familie d'Erp en werd verpacht.
De schuur met het kenmerkend wolfeind (dakschild) dateert uit de 18e eeuw, het woongedeelte uit het midden van de 19e eeuw.
De Hof Soeterbeek (Aan Ing)
Op Soeterbeek lag in 1219 een grote boerderij die volgens de overlevering vergeleken kon worden met huize Oyen. De hoeve kende
zelfs een torentje en was evenals de Boekenderhof en de Koesdonk omgracht. Hof Soeterbeek was een leen van de graaf van Kessel. In 1279
kwam de boerderij in handen van de hertog van Gelder en werd ze in 1425 door Willem Pastoirs van Kessel verheven. Na de familie van Kessel
verwierf de familie van Goor de leen. Tot aan de Franse Tijd wisselde de hof van bezitters en pachters. In 1912 werden de laatste restanten van
de herenboerderij die men in de volksmond 't kesjtiel noemde, gesloopt. Op de fundering bouwde Inger Toën (Toon Hendriks)
rond 1913 een nieuwe boerderij.
|
|