|
Oprichting van een Fanfare Gezelschap
In de sprokkeling: 'Anderhalve eeuw Fanfare Gezelschap Baarlo 1852-2002' schetst drs. P.J.G. Schinck de
ontstaansgeschiedenis van de Baarlose fanfare tegen de achtergrond van deze kleurrijke en bewogen periode.
Eén van de motieven tot de oprichting van een fanfaregezelschap naar de woorden uit die tijd was dat
blaasmuziek bijdroeg tot verheffing van het volk, een motief dat uitstekend paste bij het liberale
gedachtegoed van het Nieuwe Licht. In tegenstelling tot veel andere plaatsen waar eveneens in de
jaren vijftig van de 19e eeuw muziekgezelschappen werden opgericht kreeg de fanfare in Baarlo nauwelijks
steun van de adel en de kerk. Initiatief tot de oprichting van het gezelschap namen de notabelen en
aanhangers van het Nieuwe Licht, in de kleine door politieke tegenstellingen verscheurde dorpsgemeenschap.
Met name brouwer en koopman Adolf Verhaegh speelde een grote rol bij de oprichting van de muziekvereniging die
in zekere zin zijn geesteskind was.
De oprichting werd mede ondersteund door brander, raadslid, schoolmeester en latere
burgemeester Jan Frans Gommans. Het gezelschap vond voor repetitie een onderkomen in de 'Caveau of het
Societijtje van Godfried Verhardt (in de volksmond Sestjeitje). Deze sociëteit lag aan de Maasstraat en
was een gezelligheidsvereniging die notabelen bijeenbracht voor conversatie, lezen van weekbladen en
luisteren naar muziek. In de ogen van Pastoor Cremers was deze herberg een poel van verderf: wijl meester
Verhaegh bierbrouwer is en Jan Frans Gommans, de Burgemeester, door het Oude Licht genoemd de zeerat,
brander is, wordt er niet geslagen of gevochten, dan blijft de herberg den ganschen nacht open' en dat
tot verdriet van 'menig ouder wegens het laat uitblijven van zijnen zoon'. Op het oude vaandel prijkte
de naam 'Fanfare gezelschap'. In 1890 werd de naam van de vereniging gewijzigd in 'Eendragt'. De tijd van
het Oude en Nieuwe Licht was definitief voorbij en tweedracht, aldus de auteur van de Sprokkeling, dat het
fanfaregezelschap in het voorbije verleden veel hinder had bezorgd, moest maar zo snel mogelijk worden
vergeten.
Bouw van een nieuwe parochiekerk
Aan het eind van de 19e eeuw kreeg de omgeving van de Markt een geheel andere aanblik. In enkele buitengewone
vergaderingen van de kerkeraad werd in 1867/68 besloten tot vergroting van de oude parochiekerk. Hiervoor
werd grond aangekocht en geruild van het echtpaar Joosten-Houwen en de familie Lambrechts. Als opzichter
voor de steenbakkerij werd Renier Beurskens aangewezen. De financiering voor de vergroting van de kerk gebeurde
onder meer door de verkoop van de Kiërhof in 1874. Aan de Roermondse Architect Pierre Cuypers werd de opdracht
verleend om een ontwerp te maken voor de nieuwe kerk. Ook de parochianen brachten geld bijeen. Met de plaatselijke
adel, de families d'Erp en d'Olne maakte de kerkeraad afspraken over de verdeling van zitplaatsen, de grafstenen en de
begraafplaatsen. In 1878 was de nieuwe kerk klaar. Twaalf jaar later kreeg de familie d'Erp vergunning voor een grafkelder
onder het kerkhof en werd subsidie aangevraagd voor het voltooien van de kerktoren. De pastoor
betrok in 1885 de nieuwe pastorie aan de Markt, het voormalige woonhuis van de familie Lambrechts.
|
|