Eerste Wereldoorlog
Alhoewel Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog, (de Groëte Kréeg) neutraal bleef werd toch een algehele
mobilisatie afgekondigd, mocht Duitsland de neutraliteit schenden. In Nederland brak grote onrust uit toen
Duitsland het neutrale Belgi9 binnenviel. Deze schending had in Nederland tot gevolg dat de mensen massaal
begonnen te hamsteren en geld van de banken haalden. Bedrijven verminderden de productie waardoor personeel
noodgedwongen werd ontslagen. Met een aantal economische maatregelen wist de regering erger te voorkomen.
Ook in Baarlo werden soldaten ingekwartierd.
Door de oorlog ontstond er een toestroom van Belgische vluchtelingen naar Nederland.
Onder hen was de Baarlonaar en dorpsdichter Mathijs Houba die met zijn vrouw in België woonde.
Mathijs werd op 17 februari 1846 in Baarlo geboren en woonde in de Grotestraat (het huidige café Antiek).
In 1860 werd hij aangesteld als kwekeling aan de Baarlose school. De functie lag hem klaarblijkelijk niet
want op twintigjarige leeftijd was hij werkzaam bij de Spoorwegen. Zijn eerste standplaats werd Maastricht.
Daarna kwam hij via Rotterdam in Brussel terecht waar hij in het huwelijk trad met Loë Délestine Delinte.
Het echtpaar vond tijdens de Eerste Wereldoorlog onderdak bij familie in Baarlo. Verbitterd door zijn familie die hen
eerst had uitgenodigd en daarna klaarblijkelijk in de steek had gelaten besloot Mathijs om nooit meer een
stap te zetten in zijn geboortedorp dat hij zo had liefgehad en in menig lied bezong.
Mathijs overleed te Herselt (Antwerpen) op 20 januari 1940. Tijdens de Eerste Wereldoorlog floreerde de smokkel en zwarte handel. Langs de grens werd daarom streng toegezien
op deze praktijken door douanecommiezen. Het was vaak een kat- en muisspel waarin de smokkelaar of de commies beurtelings aan
het langste of kortste eind trokken. Enkele commiezen waren gehuisvest in Baarlo.
Na de wapenstilstand van 11 november 1917 werd zo snel mogelijk gedemobiliseerd in verband met de
heersende Spaanse griep. De regering voelde er weinig voor verantwoordelijk te zijn voor de vele ziekte-
en sterfgevallen onder de gemobiliseerde soldaten.
Crisistijd en Tweede Wereldoorlog
Na de beurskrach op de aandelenbeurs van New York in 1929 stortte de wereldeconomie in. Deze beurskrach
had gevolgen voor de algehele wereldhandel. In Nederland bestond de situatie dat veel inkomsten
afkomstig waren uit export. Door protectionisme in het buitenland zakte de Nederlandse export naar een dieptepunt.
Veel producten konden niet meer worden afgezet en er volgde massaal ontslag van arbeidskrachten. Alle
handelssectoren werden getroffen. Allereerst de industrie en in 1933 de landbouw. Maatregelen ter
bestrijding van de crisis werden genomen door crisiswetgeving en devaluatie van de gulden.
Ook in Baarlo was de crisis voelbaar. Werklozen kregen steunverlening en moesten twee keer per dag op
willekeurige tijdstippen een stempel halen in het gemeentehuis. Dit om zwartwerken tegen te gaan.
In het kader van de werkverschaffing zette de gemeente werklozen in bij de ontginning van het Tangbroek
en de aanleg van het Sportpark. Tijdens de kermisdagen in 1934 kon Baarlo zich in deze moeilijke tijd
even verheugen op de organisatie van de Land- en Tuinbouwtentoonstelling. Op 117 proefveldjes werden de
verschillende gewassen en rassen tentoongesteld. Ook de boerinnenbonden van Baarlo en Kessel droegen
bij aan het succes van de tentoonstelling. Zij organiseerden onder andere een grote bloemententoonstelling
in het patronaat aan de Hoogstraat. Ondanks de crisistijd deden de standhouders van de landbouwmachines
zeer goede zaken. De economische crisis duurde voort tot in 1936 toen na devaluatie van de dollar de
handel in de Verenigde Staten weer steeg. Ook in Nederland ging het na 1936 langzaam weer iets beter.
In 1933 kwam Hitler in Duitsland aan de macht. Naarmate Duitsland oorlogszuchtiger werd zag de regering
zich in 1939 genoodzaakt om de algehele mobilisatie af te kondigen. Ook een aantal Baarlose jongens werd
gemobiliseerd. Aan de westzijde van de Maas ontstond een verdedigingslinie bestaande uit bunkers,
kazematten en semi-permanente opstellingen. Bij het veer stationeerde het Nederlandse leger een
pantserafweergeschut. Dit geschut werd net voor het uitbreken van de oorlog verplaatst naar de
binnenplaats van de tijdens de oorlog verwoeste hoeve het Oude Veerhuis. Dit Oude Veerhuis veranderde
daardoor geleidelijk aan in een kazerne waar meer dan 250 soldaten een onderkomen kregen. Om de tijd te
doden hielpen de soldaten mee bij landbouwwerkzaamheden.
In de ochtend van de 10e mei 1940 werd Baarlo opgeschrikt door een zware ontploffing, veroorzaakt
door het springen van de Maasbrug in Venlo. Duitsland schond de neutraliteit van Nederland. Het
afweergeschut en de manschappen van de mitrailleurbunker bij het veer kwamen direct in actie.
Het Nederlandse leger was echter niet opgewassen tegen de Duitse overmacht en ook de Maaslinie
bleek niet verdedigbaar. Nadat de Duitsers een pontonbrug hadden neergelegd aan de Maas begon
om 14.00u. de overtocht van materieel en manschappen. Op 15 mei, daags na het bombardement op Rotterdam,
volgde de Nederlandse capitulatie.
Op 1 oktober 1940 volgde de annexatie van Blerick bij Venlo. Burgemeester Ch. Janssen werd daarna
opgevolgd door NSB Burgemeester A. Regout en op 4 februari 1944 door NSB Burgemeester J. Poolman.
Het woonhuis van de familie van de Pasch aan de Maasstraat werd gevorderd als ambtswoning.
In het kader van de gelijkschakeling dienden de ambtenaren een loyaliteitsverklaring te ondertekeken.
Het gebruik van namen van het koningshuis werd verboden. Hotel Wilhelmina van de familie Van Bergen
in de Grotestraat en de zaal Juliana van de familie Bol aan de Maasstraat moesten de namen van
hun gelegenheden wijzigen.
Gedurende de eerste oorlogsjaren vonden met regelmaat Engelse bombardementen plaats in de grensstreek.
Baarlonaren zochten vooral 's nachts een veilig onderkomen in schuilkelders. De luchtbeschermingsdienst
hield daarbij wacht op de kerktoren. Levensmiddelen, kleding, brandstoffen en electriciteit kwamen op de bon.
Metalen, vervoermiddelen, paarden en vee werden door de Duitsers gevorderd. Het vieren van carnaval en
kermis was in het kader van het samenscholingsverbod verboden. In 1942 werd er met toestemming van de
bezetter nog een kermis gevierd. Deze kermis kreeg op kermisdonderdag een abrupt einde na een sabotageactie
op de weg van Baarlo naar Helden.
De onderdrukking werd vanaf 1942 steeds meer voelbaar. Veel
vluchtelingen konden ook in Baarlo een permanent of tijdelijk onderkomen vinden. Nadat in 1942 de
Arbeitseinsatz werd afgekondigd voor de nieuwe lichting militairen doken veel jongens onder.
De maatregel gold in 1943 eveneens voor alle militairen die in de meidagen van 1940 naar huis waren
gestuurd en voor alle mannen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar. In Baarlo bestond een netwerk aan
contactadressen via welke, uit Duitsland gevluchte Franse en Russische vluchtelingen werden ondergebracht
of doorgesluisd. Om systematisch hulp te kunnen bieden aan onderduikers ontstonden op lokaal niveau L.O.
afdelingen. De L.O. Baarlo vond aansluiting bij een breder regionaal netwerk. De organisatie draaide in
het najaar van 1943 op volle toeren en berichten liepen via diverse koerierdiensten. De komst van de
Sicherheitspolizei van Maastricht naar Venlo in september 1944 bracht het districtswerk van de L.O. in
moeilijkheden. De vaste lijnen zowel intern als extern vielen hierna volledig weg.
Naast de L.O.
afdeling Baarlo bestond er een O.D. (Orde Dienst) die tot aan het laatste oorlogsjaar onbetekenend bleef.
De organisatie groeide sterk nadat ze was ingeschakeld bij het gebeuren van de Baarlose Bospartizanen
in 1944. Toen in de laatste maanden van de bezetting het leven vrij chaotisch werd verenigden zich de
Knokploegen Noord-Limburg, Schijndel en Maas en Waal in Baarlo. De groep ging de geschiedenis in als
de Bospartizanen van Baarlo. De Knokploeg Baarlo, die een onderkomen had in de Heldense bossen,
nam Duitse militairen van de straat en maakte hen tot krijgsgevangenen. Het aantal gevangenen groeide uit
tot een aantal van meer dan 30 personen. De Boekenderhof vormde hun hoofdkwartier. Omdat de Bospartizanen
dreigden te worden verraden werden twee infiltranten geliquideerd.
Op 27 september 1944 vond op de Boekenderhof een gevecht plaats met een Duitse patrouille waarbij drie
Duitse militairen werden neergeschoten. Eén van hen wist te ontkomen met het gevolg dat kort daarop de
boerderij door de Duitsers in de as werd gelegd. Daarnaast dreigde de bezetter met het opblazen van enkele
panden in de Grotestraat. Op 19 november 1944, twee dagen vóór de bevrijding van Baarlo droegen de
Bospartizanen de krijgsgevangenen over aan de Engelsen. Het verhaal van het oorlogsdrama is uitvoerig
neergeschreven in de publicaties De Bospartizanen van Baarlo van Jan Derix en in Verzet,
de 66 dagen van Baarlo van J.W. Hofwijk. In 1995 werd het verhaal verfilmd.
Op zondag 8 en maandag 9 oktober 1944 hielden de Duitsers razzia in Baarlo waarbij alle weerbare mannen
tussen de 16 en 60 jaar werden opgepakt. De razzia begon in Baarlo op zondagmiddag. Velen waren reeds
gewaarschuwd dat er die ochtend van de 8e in andere plaatsen razzia's hadden plaatsgevonden. Ondanks
deze waarschuwing werden nog 23 personen opgepakt en met vrachtwagens naar Venlo vervoerd. De meesten
van hen werden als dwangarbeiders in Duitse Arbeitslager te werk gesteld. In de publicatie Baarlo, bezet
bevrijd 1940-1995 herinneringen in woord en beeld uitgave 27/28 in de reeks sprokkelingen, zijn enkele
verhalen van slachtoffers die deze razzia overleefden opgetekend.
Op 18 november 1944 naderde het front het dorp Baarlo. De Duitsers bliezen die dag de parochiekerk en de
twee Baarlose molens op. Deze werden daarbij volledig verwoest. Ook enkele nabijgelegen woningen
liepen schade op. Van stelselmatige bombardementen zoals Venlo en Blerick die te verwerken kreeg bleef
Baarlo in deze laatste dagen gevrijwaard. Op 21 november stootten de geallieerden vanuit zuid-oostelijke
richting door en werd Baarlo bevrijd. In de strenge wintermaanden van 1944-1945 kwam het front tot stilstand.
De operatie Market Garden van de geallieerden bleek te zijn uitgelopen op een mislukking. Zo bleef het
front in de novemberdagen in onze omgeving hangen en werd de Maas frontlijn. Regelmatig waren er over en
weer beschietingen waarbij slachtoffers vielen. Op de oostoever begon het lange wachten op de
bevrijding. Het zou nog tot 1 maart 1945 duren voordat ook die zijde van de Maas door de geallieerden werd
bevrijd.
Literatuuropgave
Ter nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers