Het Veer

Baarlo kent een eeuwenoude oversteek ter hoogte van de Maas. Hier zou reeds in de 14e eeuw een groter pontveer hebben gelegen. De heren van Kessel, de heren van de Holtmühle en daarna de heren van de Borcht waren de bezitters van het veerrecht. Het veerrecht gaf het recht om binnen een bepaalde afstand van de rivier mens, dier en goederen over te zetten. De heren verpachtten het veer aan particulieren. De pachters waren onder andere verantwoordelijk voor het onderhoud van het veer, het veilig overzetten van personen, dieren en goederen, het schoonhouden van de veerstoepen na hoogwater en het veilig aanleggen van het pont. Het veer was vooral van lokaal en regionaal belang als schakel in de handelsverbindingen met het land Gulick. Tijdens oorlogsvoeringen speelde het een belangrijke rol bij het overzetten van troepen en materieel. Ook de postdienst die een hoofdkantoor in Tegelen had was aangewezen op het veer. Van 1702 tot 1717 was er sprake van een postverbinding tussen Tegelen en Baarlo en werd in Baarlo de postiljon overgezet. De dienst was vrijgesteld van veergeld.

De naam van de buurtschap Vergelt is niet afgeleid van het veer. De Vergelt werd vroeger Velgert genoemd en is waarschijnlijk afgeleid van het woord Verger, dat boomgaard betekent.

 094_1925-5.jpg

Tijdens de Franse overheersing werden alle heerlijke rechten waartoe ook het veerrecht afgeschaft (wet 6 Frimaire VII in 1798). Het eigendom van deze rechten ging over naar het Rijk. Na de Franse overheersing probeerde de familie d’Olne het recht op pacht terug te krijgen. In 1825 nam het Rijk het besluit om een einde te maken aan de veerkwestie. Geen enkele reclamant in de provincie Limburg kreeg het veerrecht terug. Ook tijdens de Belgische periode 1830-1839 bleef de situatie ongewijzigd. In 1984 werd het Gewest Noord-Limburg de nieuwe eigenaar van alle Maasveren tussen Kessel en Broekhuizen waartoe ook dat van Baarlo.